Düve werd geboren in een hippieachtig gezin met ouders die de kunstacademie hadden gedaan en groeide op in het grensgebied tussen Duitsland en Nederland. Naast een viertal eigen kinderen kwamen er tientallen pleegkinderen te wonen. De enorme hoeveelheid verhalen die al deze mensen met zich mee brachten hebben de kunstenaar diep beïnvloed.
Zijn werk ontstaat in series, en elke serie heeft een andere aanpak, vertelt een ander verhaal. Dat komt doordat hij steeds een ander perspectief kiest. Dat moet ook wel want identiteit is iets vluchtigs, je hebt het, maar je kan het zomaar weer kwijt zijn. Een identiteit is bijna altijd situatiegebonden. Het verliezen ervan doet meestal even pijn, maar naarmate je flexibeler wordt is het een boeiend proces waardoor je blik steeds wordt verruimd. Het helpt om altijd op zoek te gaan naar de verrassing, die je alleen kan vinden als je als je telkens weer durft te bewegen, gebaande paden loslaat en nieuwe durft in te slaan. De series zijn steeds goed doorwerkt, alle mogelijkheden binnen een materiaal en technisch kader zijn optimaal aan bod gekomen en staan ten dienste aan een inhoudelijk uitgangspunt. Als dit punt naar de kunstenaars zin volledig is belicht heeft hij er niets meer aan toe te voegen en moet hij dus wel op zoek naar een nieuw verhaal.
Het is vrij uitzonderlijk dat een kunstenaar zich zo vrij door alle materialen, technieken en thema's van de kunst beweegt en er zo zijn eigen draai aangeeft.