Miró was de zoon van een goudsmid en horlogemaker. Hij begon in 1912 aan een kunstopleiding in Barcelona. In 1920 verhuisde hij naar Parijs waar hij lessen nam aan de Académie de la Grande Chaumière. In Parijs sloot Miró vriendschappen met Picasso, Max Ernst, Hans Arp en Magritte, en kwam hij onder de invloed van het Kubisme. Evenals Picasso en George Braque heeft Miró nooit de conclusies van het kubisme doorgezet tot volledige abstractie. Zijn vormen, hoe vervreemdend ook, refereren altijd aan de concrete realiteit of aan de realiteit zoals die bestaat tijdens het dromen. In 1925 ontmoette hij André Breton, de grondlegger van het surrealisme. Miró heeft zich nooit formeel aangesloten bij deze of enig andere beweging, maar wel noemde Breton hem "de grootste surrealist van ons allemaal". Met name de surrealist André Masson heeft naar eigen zeggen veel invloed op hem gehad en deze introduceerde hem in kringen van dichters schrijvers en filosofen in Parijs. In 1926 werkte hij met de surrealist Max Ernst aan decors en kostuums voor de opera Romeo en Julia. Hij experimenteerde daarvoor met de grattage-techniek. Daarbij wordt de verf van het doek afgeschraapt, wat een bijzonder effect oplevert. Bij het aanbreken van de Spaanse Burgeroorlog vluchtte Miró naar Frankrijk.Daar maakte hij de "Constellatie"-reeks. Opnieuw gedwongen door oorlogsgeweld, keerde Miró in 1940 definitief terug naar Spanje. In 1956 vestigde hij zich op het eiland Mallorca. In de jaren '70 kwam hij tot de serie die hij "De hoop van de ter dood veroordeelde" noemde. Hierin lijken zijn ervaringen met oorlog en geweld zich te openbaren. In een volledig lege ruimte trok hij een lijn die doet denken aan een strop, maar waarvan de onderkant open is gelaten.In 1959 zei Miró in een interview: "Als er onopzettelijk iets grappigs in mijn werk is, dan komt dat waarschijnlijk voort uit de behoefte te ontsnappen aan de tragische kant van mijn temperament. Het leven komt me absurd voor." Miró werd in 1954 onderscheiden met de prijs voor grafische kunst van de Biënnale van Venetië. In 1958 kreeg hij de Guggenheim International Award. Joan Miró wordt naast Picasso en Dalí beschouwd als een van de grote drie van de Spaanse 20ste-eeuwse Moderne kunst.